Bewaar het agrarisch erfgoed door het te gebruiken

Startbijeenkomst Boerderij in beweging

Enne Jans Heerd - foto Mayke Zandstra 2018

Tekst Maarten Ettema

 

Zuinig zijn op ons agrarisch erfgoed is nodig om de identiteit en de leefbaarheid van het landelijk gebied op peil te houden. Daar is iedereen het over eens tijdens de expertmeeting op 14 oktober 2021 over kansen en problemen bij de herbestemming van vrijkomend agrarisch erfgoed. Toch gaat er nog veel erfgoed verloren. Oorzaak: van de wereldmarkt tot de keukentafel oefenen ontwikkelingen en beslissingen druk uit op het erfgoed in de landelijke gebieden: ‘Al die transities vragen ruimte, en dat krijgt allemaal zijn beslag op het platteland’.

 

 ‘Wie het verleden niet kent, kan het heden niet begrijpen maar heeft zeker geen zicht op de toekomst’, stelt Cees Veerman, oud-minister van LNV en akkerbouwer in de Hoeksche waard. ‘De vraag is dan: hoe kan het erfgoed daar een rol in spelen?’

Veerman geeft via een videoverbinding de aftrap van de eerste bijeenkomst, een expertmeeting, van het programma Boerderij in beweging, over de toekomst van het agrarisch erfgoed in Nederland. Hij maakt meteen duidelijk dat als je het hebt over agrarisch erfgoed, je het in ieder geval moet hebben over de landbouw. Want al is nog maar 25 procent van het monumentale agrarische erfgoed in handen van boeren, en al stoppen er dagelijks gemiddeld tien met hun bedrijf, hun gebouwen en opstallen hebben de meeste kans om door gebruik, of veranderd gebruik in stand te blijven. ‘Het doel moet zijn: bewaren door gebruik. Zonder gebruik kun je het niet bewaren. Nederland kan geen openluchtmuseum worden.’

Het agrarisch erfgoed staat onder druk – van de wereldmarkt, de transities die plaatsvinden vanwege de klimaatverandering, het speelveld van bestuur en politiek, van milieu- en dierenrechtenorganisaties en, niet in het minst, van de individuele beslissingen die op elk boerenbedrijf genomen worden.

 

                Gebrek aan voorzieningen

 

Veel komt langs, deze middag Amersfoort waar in een studio van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een Zoom-bijeenkomst is georganiseerd. Zo’n negentig mensen kijken via een link mee op hun eigen computerscherm.

Ingrid Jansen – bestuurskundige, getrouwd met een akkerbouwer en directeur van Stimuland, een organisatie die zich inzet voor een leefbaar platteland – geeft een praktisch voorbeeld van de opgaven waarvoor agrarisch erfgoed een oplossing kan bieden: ‘In de dorpen is een tekort aan woningen voor jongeren. Er zijn ook senioren die in de dorpen willen blijven, maar geconfronteerd worden met een gebrek aan zorgvoorzieningen. Maar als je van vrijkomende agrarische bebouwing starterswoningen voor jongeren kunt maken, of er bepaalde woon-welzijnconcepten kunt onderbrengen, dan profiteert iedereen daarvan. Behoud van agrarisch erfgoed is belangrijk voor de leefbaarheid van het platteland en de kernen.’

Zo passeren er in de discussie meerdere goede voorbeelden en mogelijke oplossingen de revue. Anne Seghers, strateeg bij het bureau Ruimtevolk, brengt ‘knooperven’ op tafel, voormalige boerenerven die meerdere maatschappelijke en landschappelijke functies kunnen vervullen: ‘Er komt een gigantische hoeveelheid vierkante meters aan agrarische opstallen vrij. Daar kun je die knooperfconcepten inzetten om nieuwe woonconcepten te combineren met zorg, maar ook om kansen op het vlak van toerisme en recreatie te benutten.’

 

                Tussen droom en daad

 

Goede voorbeelden, maar het blijven witte raven: veel initiatieven komen moeilijk of niet van de grond en veel vrijkomende agrarische gebouwen wacht verkrotting of de sloophamer.
 Cees Veerman pleit ervoor om soepeler om te gaan met de regels en experimenten toe te staan: ‘Laat nou eens in een bepaald gebied de regels een beetje los. Mensen die misbruik maken moet je aanpakken, maar creatieve mensen hebben behoefte aan ruimte, aan adem.’ 
Daar legt hij de vinger op een tweede onderwerp waar we niet omheen kunnen als we het hebben over agrarisch erfgoed: de context van het beleid. Want tussen droom en daad staan vaak wetten en regels in dit land, poneert Rian van Dam, burgemeester van Hollands Kroon en bestuurslid van de organisatie van plattelandsgemeenten P10. Mochten we denken dat het behoud van agrarisch erfgoed vooral een kwestie is van goede wil en een financieel steuntje in de rug, dan wijst Van Dam nuchter op de soms weerbarstige praktijk: ‘We hebben groot belang om het platteland leefbaar te houden – en als er steeds meer boeren stoppen, komen er nog meer ontwikkelingen op ons af. Dus ja, ik ondersteun de roep om meer ruimte, flexibiliteit, creativiteit. Maar welke functies wil je dan allemaal op het platteland hebben? Overal plukjes huizen willen we niet. De vraag is: hoe kun je wenselijke ontwikkelingen stimuleren en onwenselijke voorkomen?’

Anne Seghers heeft veel te maken met de ondersteuning van gemeenten bij het maken van omgevingsvisies. Naar de omgevingsvisie, die elke gemeente moet maken onder de komende Omgevingswet, wordt veel gekeken als instrument voor de verankering van agrarisch erfgoed in het gemeentebeleid. Seghers: ‘De omgevingsvisie verlangt dat je integraal naar de omgeving kijkt. Niet alleen ruimtelijk, maar ook sociaal, en bijvoorbeeld naar gezondheid, en daar ligt een kans om het erfgoed in het ruimtelijk beleid op te nemen.’ Tegelijkertijd, constateert Seghers, komt er erg veel op gemeenten af: Het buitengebied verandert sneller dan de stad. Niet alleen ruimtelijk maar ook sociaal-maatschappelijk: het voorzieningenniveau, de demografie, de vergrijzing en stijgende zorgbehoefte, de bereikbaarheid.’

 

                Windmolens en zonneparken

 

Dat maakt het alleen maar urgenter om per gebied te kijken naar wat de opgaven zijn – is hier intensieve landbouw nog gewenst? En wat doen we in gebieden waar de landbouw minder kansen heeft? Seghers: ‘Dat vraagt voor de omgevingsvisie wel visie en lef. Stel: een gebied waar we meer op kringlooplandbouw willen inzetten, bredere landbouw, koppeling met toerisme, waterberging – daar passen boerderijen als knopen in het landschap waar die opgaven bij elkaar gepakt kunnen worden.

Onderzoeker Edwin Raap van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wijst erop dat de omgevingsvisie ook het document is waar de urgente maatschappelijke transities concreet moeten worden: ‘Er komt veel op ons af. Neem de energietransitie, die betekent dat er heel veel windmolens en zonneparken in ons landschap komen – ook in het weiland, en ook in historisch cultuurlandschap. Hoe ga je daarmee om? Dat moet je ook in de omgevingsvisie opnemen.’ Als onderzoeker bij de RCE pleit hij daarbij voor een verbinding met het verleden: Cees Veerman zei het al: ‘Vooruit met het verleden. Wat hebben we de 

afgelopen 600 jaar met ons landschap gedaan en wat kunnen we daarvan leren voor de grote opgaven voor de toekomst?’

Burgemeester Rian van Dam wijst erop dat dat een hele worsteling is voor gemeenten: ‘Er is een enorme concurrentie om elke vierkante meter. Dat betekent dat je voor de omgevingsvisie heel veel opgaven hebt. Dan is erfgoed belangrijk, maar er zijn veel keuzes te maken.’

Dat ziet Edwin Raap ook. Hij maakt zich zorgen over de slagkracht van gemeenten als het gaat om agrarisch erfgoed: ‘Het valt me op dat erfgoedambtenaren vaak op een eilandje zitten, in hun eentje of met zijn tweeën, met veel werk, en dat het lastig is om ook nog bij hun collega’s van ruimte aan tafel te komen. Het zou fijn zijn als die collega’s de tijd nemen om te luisteren naar hun collega’s van erfgoed. Die zijn niet van de afdeling “behoud en mag niks”, die willen graag meedenken.’

 

                Neventakken

 

De worsteling met agrarisch erfgoed bij gemeenten roept de vraag op hoe dat zit bij agrariërs zelf. Zij wonen in boerderijen die soms al eeuwen in de familie zijn. Voelen zij de verantwoordelijkheid om die familiecultuur, het erfgoed, in stand te houden?

Cees Veerman had het al aangestipt: door de industrialisatie van de landbouw kregen agrariërs behoefte aan andersoortige gebouwen: ‘De moderne gebouwen zijn gericht op goedkoop en efficiënt produceren: dus grote, lage, eenvormige gebouwen. Aan die oude gebouwen heb je vaak niet veel meer, ze zijn niet geschikt voor de bedrijfsvoering en ze zijn ook nog eens onderhoudsgevoelig.’

Dat wil niet zeggen dat boeren het erfgoed altijd alleen maar een sta-in-de-weg vinden. Ingrid Jansen vertelt hoe bij haar op de boerderij eerst het plan was om een oude schuur te slopen, maar dat uiteindelijk is besloten om van de karakteristieke polderschuur een bed and breakfast te maken. Vanzelfsprekend is zoiets niet, immers het betekent een neventak aan het bedrijf en ‘daar moet je wel zin in hebben’.

En je moet het erfgoed wel zíén als waardevol, daar heeft een boer soms hulp bij nodig, legt Jansen uit: ‘Al die transities vragen ruimte, en dat krijgt allemaal zijn beslag op het platteland – veel boeren zien geen perspectief meer. Bij Stimuland hebben we erfgoedcoaches, die zitten aan de keukentafel bij de boer. In zo’n gesprek kan een agrariër even afstand nemen en zich bewust worden van de uitdagingen die spelen op zijn erf. Zo’n coach kan boeren daarin begeleiden.’

Zo zijn we beland aan de keukentafel, de plek waar beslissingen worden genomen over de bedrijfsvoering – en dus het erfgoed: gaan we door met boeren? Nemen we een nieuwe tak ernaast? Moet het bedrijf verplaatsen? En als we stoppen, willen we hier dan blijven wonen?

Vragen die dagelijks aan talloze agrarische keukentafels worden gesteld en die regelmatig uitmonden in een stop-beslissing. En die daarmee een grote impact kunnen hebben op de rurale samenleving, het erfgoed en het landschap. Daarmee is dat gesprek aan de keukentafel ook een maatschappelijk gesprek, daar is iedereen het wel over eens. 

Met een taak voor de gemeente, meent burgemeester Rian van Dam: ‘Als gemeente moeten we met agrariërs aan de keukentafel in gesprek over agrarisch erfgoed, over herbestemmen. Om te kijken: wat heb je nodig? En kunnen wij dat faciliteren? En soms gaat het niet, meestal gaat het wel.’

 

                Door het midden werken

 

Gespreksleider Ton Peters constateert: ‘We moeten ervoor zorgen dat de vele initiatieven ook haalbaar worden. Ik geloof dat ook de boerderijenstichtingen daar een rol kunnen spelen. Maar het is lastig: de regelgeving heb je vaak tegen en ook in de landbouw is er nog een hele omslag in het denken nodig. Voorlopig moeten we het daarom klein zoeken.’

Anne Seghers: ‘Er moet superveel geïnvesteerd worden in de agrarische sector, maar ook door eigenaren van agrarisch erfgoed. Zo’n faciliterende overheid, dat klinkt mooi, maar er is behoefte aan veel meer regie, zeker ook van het Rijk: waar willen we nou naartoe? Als je zoveel aanspraak wil maken op het investerend vermogen van boeren, dan moet je wel een duidelijk doel en kader hebben als startpunt om samen te werken.’

Volgens Seghers gaan ze er bij Ruimtevolk van uit dat je niet moet focussen op regelgeving van bovenaf, noch je blindstaart op initiatieven van onderaf: ‘Wij zeggen: je moet door het midden werken. Overheden moeten weten wat er in hun gemeente of provincie speelt en als partner het gesprek aangaan met burgers die wat willen. En andersom ook: initiatiefnemers moeten er organisaties en andere ondernemers bij betrekken. Maar alles begint met een visie waar je als gemeente of provincie met het buitengebied naartoe wil.’

Rian van Dam verzucht dat verschillende overheden allemaal hun eigen visies voor het landelijk gebied hebben – gemeenten, provincies, het Rijk, Europa. ‘Neem de stoppersregelingen die een enorme impact kunnen hebben op het landelijk gebied, daar gaan wij als gemeente niet over, dat is rijksbeleid, maar heeft wel uitwerking binnen de gemeenten.’

Gelukkig ziet Van Dam genoeg perspectieven in haar gemeente: ‘Er gebeuren ook hele mooie dingen. Neem de multifunctionele landbouw met zorg, met toerisme, met educatie. Dat is nog klein, maar het is er zeker. Hoe kunnen wij als gemeenten meewerken en bestemmingen vinden die bijdragen aan de opgave voor de toekomst? Daar zijn we nog lang niet klaar mee.’

 

                Haakjes vinden

 

Ton Peters vat de opgave samen: ‘Kunnen de gemeenten en stichtingen de haakjes vinden om verder te gaan. Wat kunnen we regelen binnen de omgevingsvisie en welke vrijheden zouden we moeten hebben om toch onze idealen te verwezenlijken? 25 procent van de boerderijen van voor 1965 hebben nog een agrarische functie en daar kun je bij aanhaken. Maar al die andere boerderijen... er zijn zat mensen met ideeën voor herbestemming. Maar dat gaat nog allemaal stroef.’

Het behouden van agrarisch erfgoed is een opgave die velen een warm hart toedragen, dat is het goede nieuws. En dat er haakjes zijn, dat werd in de discussie wel duidelijk – niet makkelijk, maar op vele fronten: aan de keukentafel, in het over het voetlicht brengen van voorbeelden, in het lobbyen voor ruimte voor initiatieven. En vooral, nog steeds, in het ‘tussen de oren krijgen’ van het belang van erfgoed: bij eigenaren, bij gemeenten met hun omgevingsvisies, bij provincies met hun transitieopgaven, bij het Rijk met zijn regelgeving op tal van gebieden.

Er is werk aan de winkel. Boerderij in beweging is van start!

De gesprekspartners, van links naar rechts, van boven naar beneden: 
Ton Peters, Cees Veerman, Rian van Dam, Anne Seghers, Edwin Raap, Ingrid Jansen